In september 2026 kostte stroom op de day-ahead-markt gemiddeld 15,2 cent per kWh. Een jaar eerder was dat 7,8 cent. Bijna een verdubbeling, terwijl er meer zonnepanelen en windmolens staan dan ooit. De eerste dagen van oktober kwamen zelfs op 18 cent uit. Hoe kan dat?
Het antwoord is de gasprijs. En het mechanisme erachter is de moeite van het begrijpen waard, want het verklaart ook waaróm de goedkope uren goedkoop blijven.
De duurste centrale bepaalt de prijs
Op de EPEX-veiling bieden alle producenten hun stroom aan tegen de prijs waarvoor ze nog nét willen draaien. Zon en wind kosten per extra kWh niets, dus die bieden laag in. Daarna komen kernenergie en import, en als laatste de gascentrales, die voor elke kWh brandstof moeten kopen.
De veiling vult de vraag van goedkoop naar duur. De laatste centrale die nodig is om aan de vraag te voldoen, zet de prijs — en iedereen krijgt die prijs, ook het windpark dat voor nul had ingeboden. Dat heet de merit order.
Het gevolg: zolang er ook maar één gascentrale nodig is, kost álle stroom wat gasstroom kost.
De rekensom van een gascentrale
Een moderne gascentrale haalt uit 1 kWh gas ongeveer 0,55 kWh stroom. Met de gasprijs van begin oktober:
gas €74 per MWh
rendement 55% → €135 per MWh stroom
CO₂-rechten → + €25 à €30
kostprijs ± €160–165 per MWh = ± 16 cent per kWh
Leg dat naast de daggemiddelden van de afgelopen weken — 15 tot 20 cent — en je ziet het direct: de stroomprijs ís op de meeste uren de kostprijs van gasstroom. Een jaar geleden, met gas op €32, kwam dezelfde som uit op ongeveer 8,5 cent — het niveau van toen.
Wanneer gas níet de prijs zet
Kijk naar twee dagen uit dezelfde maand:
| Dag | Gemiddelde beursprijs | Laagste kwartier | Hoogste kwartier |
|---|---|---|---|
| Zaterdag 19 september | 4,1 ct | −0,2 ct | 14,7 ct |
| Maandag 14 september | 23,0 ct | 15,2 ct | 42,0 ct |
Op de zaterdag was er urenlang genoeg zon en wind om de hele vraag te dekken. De gascentrales stonden uit, dus de gasprijs deed er niet toe: de prijs zakte naar nul. Op de maandag was er geen enkel kwartier zonder gas — het goedkoopste moment van de dag kostte nog altijd 15 cent.
Dat is de kern. De gasprijs bepaalt hoe duur de dure uren zijn. Zon en wind bepalen hoevéél dure uren er zijn.
De spreiding wordt groter
Omdat de goedkope uren goedkoop blijven en de dure uren duurder worden, groeit het verschil binnen één dag. Uit onze eigen prijsdata:
| September 2025 | September 2026 | |
|---|---|---|
| Gemiddelde beursprijs | 7,8 ct | 15,2 ct |
| Gemiddeld verschil tussen goedkoopste en duurste kwartier van de dag | 15 ct | 24 ct |
| Hoogste kwartierprijs | 38,3 ct | 61,7 ct |
| Gemiddelde all-in prijs (dynamisch) | 22,3 ct | 31,3 ct |
Let op de onderste regel: de beursprijs verdubbelde bijna, je all-in prijs steeg 40%. Energiebelasting en btw zijn een vast bedrag per kWh en dempen de schommeling, net als bij gas.
Wat betekent dit voor de winter?
In de winter schijnt de zon korter en lager, dus het aantal uren zonder gascentrales krimpt. Blijft gas duur, dan ligt de basisprijs van stroom de hele winter hoger dan vorig jaar — ook buiten een dunkelflaute. De goedkope momenten komen dan vooral van wind: stormachtige nachten en weekenden.
Voor wie dynamisch zit, betekent een grotere spreiding dat verschuiven meer oplevert dan vorig jaar. Dezelfde EV-lading, dezelfde wasbeurt, maar met 24 in plaats van 15 cent verschil tussen het goede en het verkeerde moment.
Meer zon en wind maakt stroom niet op elk uur goedkoper. Het maakt het aantal goedkope uren groter. Wat de overige uren kosten, wordt voorlopig nog in de gasmarkt bepaald.